De entree van Artis is in al die jaren eigenlijk niet veranderd. Vanaf de Plantage Middenlaan loop je naar de ingang aan de Plantage Kerklaan, eigenlijk aan de zijkant. Na kaartjes loket en controle kun je rechtdoor langs de wapiti’s naar de apenrots. Vroeger zaten er aan dat pad papegaaien of parkieten. Als je met water spatte riepen ze “gekkie” De herinnering aan de papegaaien had ik nog, maar ik wist niet meer dat het in Artis was. Pas toen ik er weer langs liep herkende ik het beeld. De papegaaien zijn er niet meer. Kettingen en kleine hokjes passen niet meer in de dierentuin.
Helaas zitten de katten nog wel in relatief kleine

De vlindertentoonstelling is terug, met levende vlinders. Je kunt door een kas met tropische planten lopen en vlinders die overal langs je fladderen en met wat mazzel op je gaan zitten. Het lijkt op Emmen, maar die vlindertuin is groter. Als dierentuin is Emmen gewoon mooier, maar Artis heeft de charme van de historie. De tuin tegenover de katten is een mooi voorbeeld, het oude broedhuisje waar ooit allerlei soorten duiven waren ook. Een minder mooi voorbeeld staat bij de kleine zoogdieren, maar is gelukkig niet meer in gebruik. Een gang met piepkleine hokken, waar een dierenpension zich nog voor zou schamen. Geen ruimte, geen geborgenheid. De dieren werden ook niet zo oud, en voortplanting was er al helemaal niet. Nu is er gelukkig hier en daar jong leven, zoals bij de olifanten. Altijd een teken dat het wel goed gaat.
In de ochtend waren we zomaar op de Oudezijds Voorburgwal beland, bij het museum Onze Lieve Heer op Solder. Dat is een combinatie van drie woonhuizen, waar vanaf de 2e verdieping in 1633 een kerk gebouwd is met nog 2 galerijen. Vroeger heette die kerk ‘het Hert’ naar de familie Hartman. Dat was een rijke koopmansfamilie die ook vroom katholiek was in een tijd dat Holland protestants was in woord en daad en visitekaartje. Je mocht wel paaps zijn, maar niet adverteren. De kerk werd dan ook oogluikend toegestaan, mits hij van buitenaf maar niet herkenbaar was als kerk. Gedogen avant la lettre.
De familie woonde voor die tijd luxe, maar voor onze begrippen nogal benauwd. Er was een voorkamer met bedstee voor pa en ma, de sael achter voor bezoek met prachtige schilderijen, een hokje voor de kapelaan waar zelfs rujimte voor boeken was en een keuken. De achtergelegen panden met deuren aan de steeg waren ook vanaf verdieping 2 in gebruik als kerk. Het eerste achterpand helemaal, het tweede als kapel, en de tweede verdieping vanaf 1739, als biechtruimte. De kerk was welvarend en is jaren in gebruik gebleven. De woonhuizen zijn in ere hersteld, hoewel er ook veel originele kenmerken bewaard gebleven zijn. De weelde was enorm in die tijd. Als je paaps kunt zijn, en feitelijk een tegenstander van het regime, maar toch een rijke koopman, dan valt het allemaal nog wel mee met de misdeling van anders gelovigen.
De grachten van Amsterdam bruisen, de wallen leven, het blijft heerlijk om er door te struinen en van het leven te genieten. Maar het is toch ook prachtig dat zo’n stukje van 350 jaar terug bewaard is gebleven. Een doorkijkje in het verleden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier uw bericht achter, maar hou het vrolijk.