vrijdag, augustus 10, 2007

plicht

plicht (de ~, ~en)
1 wat van iem. geëist wordt


door Maria Tesselschade Roemers Visscher
twee jaar na de dood van haar man Allert Crombach

Ghelijck als onder 't Juck van sinne slavernijen (1636)

Ghelijck als Onder't Juck van sinne slavernijen
Doch ongheoorloft aenghenoemen Eyghen Last,
Hetgheen niet wel een blij Hoop Heemelhertie past
'Twelck van onhoulyck goet Qualyck is te vryen,
'tIs onRecht seij de Geest gheruste vreucht te myen,
Maer 't Lichaem Riep O Neen, en doopten d'Overlast
Met Naem van suchte-Plicht tot het in Traenen Plast
Soo Most de vlughe Geest van 't Logghe Lichaem Lijen.
Vandagh een stercker Geest dat van syn Aerde Licht
En overReed' het dus, en Eysten ander Plicht
Alst 't vruchteloose wrangh van Alherts smack verJaeren,
Dees deed' dat ick de Sucht weerstribbich van my stiet
Gheluckich was hy diese teenemael verliet
En op soo Heijlgh'n dach mocht Salich HEEMELVAEREN


Elck zyn waerom


Plicht is tegenwoordig heel wat anders dan in 1636. Zelfs de betekenis van het woord. Maar heel makkelijk zeggen dat men het toen zwaarder had dan nu, dat doe ik niet.

Werken voor een baas is fysiek misschien minder zwaar, mentaal komt er veel bij kijken. Zeker nu ik met de laatste 3 weken bezig ben voor mijn oude baas, en er nog veel van mij verwacht wordt. Of misschien verwacht ik veel van mezelf.

Plichtsbesef houdt mij aan het werk. Plichtsgetrouw ga ik doen wat mij te doen staat. Maar plezier komt er eigenlijk niet meer bij kijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier uw bericht achter, maar hou het vrolijk.