maandag, januari 29, 2007

Veertien

Op het stationnetje stond een man uitvoerig te praten over reëen en het spoortje naar de stad. "Ja, je kunt hier op het open veld het treintje helemaal aan zien komen vanaf het vorige station. En het is wel bijzonder dat je drie of vier reëen ziet in het open veld, normaal leven die in de open bosjes hier. Nee, die zijn niet van een boer of zo, die leven gewoon in het wild. Ja, dat kan best, hier is nog zoveel ruimte."

Behalve dat ik mijn fantasie de vrije ruimte liet om verteller en publiek in hokjes te delen begon mijn blik te dwalen over dat wijdsopen veld. En hij had gelijk; er liep een groepje reën over het veld, aan de overkant van het spoor. Na een poosje kijken zag ik er acht, waarvan twee duidelijk nog kalveren waren. Maar ze hadden de winter tot nu toe in ieder geval overleefd. Ze liepen prachtig in de zon, langs een rietkraag te knabbelen aan de begroeiing in de berm.

De man had niet veel verstand van reëen, maar ik was blij dat hij mij er op wees. Hij zag ze ook niet goed, maar ik heb nou eenmaal arendsogen en ik weet dat andere mensen wel eens missen wat ik zie. Hij zag ze in ieder geval, en dat is iets wat veel anderen al niet eens doen. Het publiek moet wel uit randstadbewoners bestaan hebben. Nog nooit zo ver richting grens en zee geweest in hun leven. Of dat dacht de spreker in ieder geval.

De trein kwam aan en ik bleef nog even de groep reëen volgen terwijl ik me afvroeg of het 'mijn' reëen waren die ik deze zomer bijna elke dag zag. Maar die wonen op een vaste plek aan de andere kant van het spoor, en voorbij een bosje. Nu migreren reëen wel in de winter als het voedsel schaars is, en ze leven dan ook in grotere groepjes. Toch had ik niet de indruk dat 'mijn' reëen vertrokken waren.

Een paar minuten later speurden mijn ogen het veld af. Ze waren er ook! Mijn reëen dus. Alle zes. Zes? Goh! Deze zomer waren het er steevast maximaal vijf, verdeeld in moeder en kind, en mannetje plus twee dames. Zes! Waarschijnlijk familie, een kalf van een jaar eerder of zo.

Ze zagen er prachtig uit, goed doorvoed en niet bang voor de trein. De bermen staan ook vol, het water ligt niet in plassen op de grond en er zijn voldoende bosjes met hun lievelingsstruiken.

Wat dat betreft had de man op het perron het ook bij het verkeerde eind. Reëen wonen helemaal niet in bosjes, maar net als hazen op het open veld. Het liefst in een greppel of slootkant. Ze hebben wel graag bos bij de hand om zich te verstoppen en als voedselbron. Maar dit prachtige boerenland is precies wat ze nodig hebben. En ik ben elke keer weer blij als ik ze zie. Mijn hertenfamilie.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ree

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier uw bericht achter, maar hou het vrolijk.