woensdag, augustus 30, 2006

Slapeloos

Het is nog vroeg, de wereld is langzaam wakker aan het worden. Het is zelfs nog niet licht. De zomer loopt op z'n end. Natuurlijk wordt het nu droog, natuurlijk wordt het nazomer.

Ze kroop de hut uit zonder iemand wakker te maken. Slapen ging niet meer. Het regende, maar stil blijven liggen was geen betere optie. De hut stond nu echt te wankelen. Ach, hij was ook alleen voor de zomer bedoeld. Een eindje verderop stond een ingevallen restant van een paar jaar terug. Waarom ze elk jaar een nieuwe moesten bouwen wist ze niet. Als het aan haar lag zou er een betere hut gemaakt worden, die ze elk voorjaar konden opknappen. Maar er lag niet zo veel aan haar.


Ze plukte wat bramen en haalde vers water. In haar tas zaten nog genoeg kruiden voor een lekkere thee. Een vuurtje maken was ook zo klaar. Als de anderen haar nu konden zien. Geen geklungel, geen onzekerheid. Er school zeker een kluizenaar in haar. De gedachte maakte haar hardop aan het lachen. In de hut hoorde ze nu ook gerommel. Het uur zalig alleen was voorbij. Ze dompelde een paar bramen in de thee om op te warmen. Bij het vuur stond heel voorzichtig de pap warm te worden. Als iedereen zo wakker was zou zij nog een poosje gaan slapen. Wat een drukte maken mensen toch.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier uw bericht achter, maar hou het vrolijk.